Gevangen in ons eigen gemak

Soms lijkt een oude songtekst ineens geschreven voor een tijd die nog helemaal niet bestond.

In 1976 zongen The Eagles in Hotel California:

“We are all just prisoners here, of our own device.”

Bijna vijftig jaar voordat we massaal met een smartphone in onze hand zouden rondlopen.

Toeval natuurlijk.

Met of our own device bedoelden ze niet onze telefoon. Het betekende eerder: gevangen in iets van ons eigen maaksel.

Maar zet die zin eens in deze tijd.

Dan wordt hij bijna ongemakkelijk letterlijk.

Probeer je smartphone maar eens thuis te laten

Niet tijdens een wandeling in het bos. Gewoon op een normale dinsdag.

Je wilt parkeren. Pak je telefoon.

Je gaat naar een concert. Ticket op je telefoon.

Je rijdt ergens naartoe. Navigatie.

Je kind wil weten welk lesuur is uitgevallen. Rooster in de app.

Je wilt op je laptop inloggen. Pak je telefoon om te bewijzen dat jij het bent.

We zeggen regelmatig dat we minder afhankelijk willen zijn van onze smartphone. We zetten notificaties uit, stellen schermtijdlimieten in en leggen tijdens het eten de telefoon weg.

Ondertussen bouwen we een wereld waarin diezelfde telefoon steeds moeilijker weg te leggen is.

De smartphone is allang niet meer alleen het apparaat waarop we te veel naar filmpjes kijken. Het is langzaam een toegangssleutel tot het gewone leven geworden.

En nu komt AI erbij

Misschien maakt AI het juist beter.

Stel dat ik straks niet meer vijf apps hoef te openen om iets te regelen. Ik zeg gewoon:

Regel het parkeren voor de komende twee uur.

Hoe laat moet mijn dochter morgen op school zijn?

Plan de beste route naar het concert, zoek uit waar ik kan parkeren en zet mijn ticket klaar.

Misschien krijgen we daardoor juist minder schermtijd.

Geen menu’s. Geen eindeloos zoeken. Geen vijf verschillende apps. Geen formulieren invullen waarvan een systeem de gegevens eigenlijk al kent.

De technologie verdwijnt meer naar de achtergrond.

Dat klinkt aantrekkelijk.

Maar wat geven we daarvoor uit handen?

Om dit voor mij te kunnen doen, moet AI steeds meer van mij weten. Waar ik ben. Waar ik naartoe ga. Wat er in mijn agenda staat. Welke accounts van mij zijn. Wat ik belangrijk vind.

En AI moet niet alleen informatie kunnen zien. Het moet ook dingen namens mij mogen doen.

Mijn parkeeractie starten. Een afspraak maken. Een betaling voorbereiden. Een formulier invullen. Misschien uiteindelijk zelfs keuzes maken waarvan het systeem denkt dat ze bij mij passen.

Daarmee verschuift de vraag.

Bij de smartphone was de vraag nog:

Gebruik ik het apparaat, of gebruikt het apparaat mij?

Bij AI wordt die vraag ingewikkelder:

Gebruik ik AI, of heb ik AI inmiddels toestemming gegeven om namens mij te handelen?

En misschien nog fundamenteler:

Waar eindigt gemak en waar begint het uitbesteden van mijn eigen oordeel?

Minder scherm betekent niet automatisch meer vrijheid

Dat hoeft geen somber verhaal te zijn.

Misschien is AI juist de technologie die ons bevrijdt van een deel van de digitale rompslomp die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd.

Minder schermen. Minder apps. Minder zoeken. Minder administratieve handelingen. Meer tijd voor andere dingen.

Maar minder zichtbare technologie betekent niet automatisch meer autonomie.

We moeten misschien niet alleen nadenken over wat AI allemaal voor ons kan doen, maar ook bewust blijven kiezen wat we zelf willen blijven doen, weten en beslissen.

Want gemak heeft een vreemde eigenschap.

Wat vandaag prettig is om uit te besteden, kan morgen vreemd voelen om nog zelf te doen.

Navigatie heeft ons niet verboden zelf de weg te zoeken. We zijn het gewoon steeds minder gaan doen.

AI zou hetzelfde kunnen doen met schrijven, zoeken, onthouden, plannen en uiteindelijk misschien zelfs oordelen.

En dan krijgt die bijna vijftig jaar oude zin opnieuw een andere betekenis:

“We are all just prisoners here, of our own device.”

Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet hoeveel technologie we gebruiken.

Maar hoeveel handelingsruimte we behouden wanneer die technologie steeds meer voor ons kan doen.

Wat wil ik graag uit handen geven?

En wat wil ik, juist omdat het steeds makkelijker wordt om het uit te besteden, zelf blijven doen?