AI moet niet voor mij denken

Ik gebruik AI inmiddels ook voor dagelijkse zelfreflectie. Ik bespreek mijn ervaringen van de dag met een eigen GPT: werk, thuis, sport, dingen die goed gingen en zaken die bleven hangen.

Niet om mij te vertellen wat ik moet doen, maar om mijn denken aan te vullen. Om verbanden te zien, mijn gedachten te ordenen en af en toe een vraag te krijgen waar ik zelf nog niet aan had gedacht.

Doordat ik dit regelmatig doe, is er behoorlijk wat context beschikbaar. Dat maakt de gesprekken persoonlijker en vaak verrassend waardevol.

Maar laatst gebeurde er iets kleins.

Ik vertelde iets over lekker eten thuis. Mijn GPT maakte vervolgens terloops de aanname dat mijn vrouw dat voor mij had klaargemaakt.

Volkomen aannemelijk.

Alleen: het was niet waar.

Ik moest erom lachen. Maar het liet wel iets zien.

AI kan veel context hebben en toch niet weten wat er werkelijk is gebeurd. Er ontbrak informatie en het model vulde het ontbrekende stukje in met iets wat logisch klonk.

Context helpt. Maar context is nog geen werkelijkheid.

Waar geef je mij te gemakkelijk gelijk?

We horen regelmatig dat AI je naar de mond praat.

Daar zit een risico. Tegelijkertijd bepaal ik zelf welke context ik geef, hoe ik een situatie beschrijf en welke vraag ik stel. Mijn eigen aannames kunnen dus al in mijn vraag zitten voordat AI één woord heeft geproduceerd.

Daarom probeer ik bij belangrijke vraagstukken inmiddels iets anders.

Ik laat AI eerst met me meedenken. Daarna stop ik bewust voordat ik het antwoord als conclusie beschouw.

Vervolgens stel ik een tweede vraag:

Waar geef je mij te gemakkelijk gelijk? Welke aannames maken we? Wat missen we? Wat zou iemand met een ander perspectief zeggen?

Ik noem dat voor mezelf De Spiegel.

Het levert regelmatig een interessanter gesprek op.

Maar ook daar zit een valkuil.

De AI die mijn eerste redenering heeft opgebouwd, is dezelfde AI die hem vervolgens bekritiseert. Een kritische tweede prompt is dus nog geen onafhankelijke second opinion.

Daarom probeer ik uiteindelijk weer uit AI te stappen:

Wat moet ik nog zelf waarnemen, verifiëren, opzoeken of met iemand bespreken voordat ik handel?

Niet mijn denken, maar mijn oordeel

Aanvankelijk formuleerde ik mijn uitgangspunt als:

AI vult mijn denken aan. Het neemt mijn denken niet over.

Maar ook dat blijkt bij nader inzien te eenvoudig.

Waarom zou ik geen denkwerk aan AI uitbesteden?

AI mag informatie ordenen. Hypotheses bedenken. Tegenargumenten zoeken. Documenten vergelijken. Scenario’s uitwerken. Misschien kan het sommige vormen van denkwerk zelfs beter of sneller uitvoeren dan ik.

De belangrijkere grens ligt ergens anders:

Ik kan denkwerk aan AI uitbesteden, maar ik wil niet ongemerkt mijn oordeel uitbesteden.

Dat voelt voor mij inmiddels als een belangrijk onderscheid.

En dan die agents

Hetzelfde geldt voor de huidige aandacht voor AI-agents.

De belofte is aantrekkelijk: zet agents aan het werk en word productiever.

Maar ook daar wil ik beginnen bij een andere vraag:

Wat probeer ik eigenlijk te bereiken?

Eerst het doel. Dan het proces. Vervolgens de workflow.

Een voorspelbare stap kan gewone software uitvoeren. Waar interpretatie nodig is, kan AI waarde toevoegen. En wanneer een systeem binnen duidelijke grenzen zelfstandig verschillende stappen kan uitvoeren, kan een agent interessant worden.

Menselijk ingrijpen is vooral nodig wanneer de werkelijkheid buiten die ontworpen grenzen komt.

Maar zelfs daar zit een nuance.

We moeten niet al het routinematige werk wegautomatiseren. Juist door te kijken, te doen en ervaring op te bouwen leren we afwijkingen herkennen. Wie alles automatiseert, kan ook een deel van zijn eigen leersysteem automatiseren.

Misschien is dát de interessante zoektocht

Voor mij gaat AI-efficiëntie daarom steeds minder over:

Hoeveel werk kan ik door AI laten doen?

En steeds meer over:

Welk werk kan technologie van mij overnemen, terwijl ik voldoende blijf zien, leren en ervaren om zelf goed te kunnen oordelen?

Dat kleine verzonnen maaltje was daarmee een nuttige herinnering.

AI is ontzettend goed in het aanvullen van wat ontbreekt.

Dat maakt het krachtig.

Maar precies daarom wil ik blijven opletten wanneer AI mijn denken aanvult — en wanneer het ongemerkt mijn werkelijkheid of mijn oordeel begint aan te vullen.

Misschien zit volwassen AI-gebruik uiteindelijk niet in steeds betere antwoorden krijgen.

Maar in steeds beter weten wat je met die antwoorden doet.