Zien.Doen.Dragen – #8 | Kind dat iets vraagt terwijl je werkt

Vandaag koos ik:
herkennen · kiezen · verbinden

Elke dag werk ik met drie woorden.
Eén om te zien.
Eén om te doen.
Eén om te dragen.
Samen vormen ze mijn zien-doen-dragen-set voor vandaag.

Ik zit achter mijn laptop aan de keukentafel.
Het scherm licht fel op. Zinnen nog half.

“Papa, kijk eens.”

Mijn dochter staat naast me.
Ik zie haar wel.
Maar niet echt.

Mijn ogen blijven op het scherm.
Er kruipt spanning in mijn schouders.
Mijn mond wordt stil en strak.

Ze wacht.
Zegt het nog een keer.

Daar zit het moment.

ZIEN — herkennen

Ik merk hoe snel ik wil blijven zitten.
Alsof dit eerst moet.

Mijn blik wil niet los.
Maar mijn lijf beweegt al een beetje weg.

Daar zit de spanning.
En wat ik anders niet zie.

DOEN — kiezen

Mijn handen stoppen met typen.

Ik draai mijn stoel.
Buig iets naar haar toe.

“Laat eens zien.”

DRAGEN — verbinden

Niet half.
Niet ertussen.

Even hier.
Bij haar.

Het wordt stiller.
In mij. Tussen ons.

Het moment opent.
Klein. Genoeg.

Alsof ik even van plek verschoof.

Ik koos anders. Dat was genoeg.

Zien · Doen · Dragen

Reflectievraag
Wanneer blijf jij zitten terwijl iemand naast je wacht?