Twee weken geleden stond er een Intex-zwembad in mijn tuin. 8000 liter water erin, en klaar was ik — dacht ik. Wat ik niet wist: op het moment dat je dat water toevoegt, stap je een wereld binnen die veel groter is dan het zwembad zelf. pH-waardes. Chloor. Alkaliniteit. Cyanuurzuur. Woorden waarvan ik het bestaan een maand eerder niet vermoedde.
Een rondje langs de bouwmarkt maakte twee dingen duidelijk. Eén: er zijn meer flesjes, poeders en testertjes dan een mens redelijkerwijs kan overzien. Twee: ik was bepaald niet de enige die worstelde met de vraag hoe je dat water helder en gezond houdt. Zoek er online op en je vindt een oneindige stroom mensen met troebel water, groene randjes en tegenstrijdige adviezen.
Voor mij was de conclusie snel getrokken: dit is een perfecte klus voor een AI-agent.
En dat is precies wat ik gebouwd heb. Niet met code, niet met een team, niet in weken. Ik gaf een handvol instructies, voerde de onderhoudsproducten in die ik had aangeschaft, plus de afmetingen van mijn bad. Meer niet. Sindsdien meet ik eens per twee dagen de waardes met een simpel testertje, geef ik ze in, en krijg ik keurig een analyse terug: wat is er aan de hand, wat moet ik wel doen, wat vooral niet.
Het resultaat is een uitstekende pH-waarde en kraakhelder water. Maar dat is niet het interessante deel.
Het interessante deel is wat ik eigenlijk in handen heb. Ik heb AI gebruikt om iets te bóuwen — Claude fungeerde als co-designer, sparringpartner en ingenieur tegelijk. Tegelijk ís het ding dat ik gebouwd heb zélf een stukje AI: een agent die redeneert, adviseert en beslissingen ondersteunt. In mijn tuin vallen die twee dingen naadloos samen. Ik merk het verschil niet eens meer.
En daar begint het te wringen, zeker vanuit mijn vak.
Want in de life sciences, waar ik dagelijks met kwaliteitssystemen en validatie bezig ben, zijn dat twee fundamenteel verschillende dingen. AI in het bouwproces — je gebruikt het om sneller te ontwikkelen, te documenteren, te analyseren — raakt het eindproduct niet aan. AI in het product — het geleverde ding bevat de AI, adviseert, beslist mee — verandert de spelregels volledig. Wie is er dan verantwoordelijk als de agent ernaast zit? Hoe toon je aan dat hij doet wat hij hoort te doen? Wat betekent “gevalideerd” nog als het systeem zelf redeneert?
Bij mijn zwembad boeit dat niet. Als de agent zich vergist, wordt het water even troebel en corrigeer ik het handmatig. De inzet is nul.
Maar schaal dit voorbeeld op naar een omgeving waar de inzet níet nul is — een productieproces, een kwaliteitsbeslissing, een patiënt — en dan is diezelfde vervaging opeens allesbehalve onschuldig. Dan is de vraag “gebruik ik AI om te bouwen, of zit AI in wat ik lever” geen semantiek meer. Dan is het de kern.
Mijn zwembad heeft me die vraag cadeau gedaan in zijn meest onschuldige vorm. In een volgend artikel wil ik hem in zijn minst onschuldige vorm stellen.
AI in het bouwproces, of AI in het product? Daarover binnenkort meer.