Vandaag koos ik:
Aandacht · Richten · Beschikbaar
Elke dag werk ik met drie woorden.
Eén om te zien.
Eén om te doen.
Eén om te dragen.
Samen vormen ze mijn Present-set voor vandaag.
Het gesprek blijft in mijn hoofd hangen.
Mijn wenkbrauwen trekken samen.
Mijn adem zit hoog.
Ik sta in de keuken en kijk even naar buiten.
Mijn hoofd wil het gesprek nog een keer nalopen.
Wat er gezegd werd.
Wat ik zei.
Wat ik misschien anders had kunnen zeggen.
Daar zit het moment.
ZIEN — Aandacht
Een paar zinnen blijven terugkomen.
Alsof mijn hoofd ze nog even vasthoudt.
Mijn schouders staan iets omhoog.
Ik merk dat ik het gesprek nog niet helemaal heb losgelaten.
Daar gaat mijn aandacht nu naartoe.
DOEN — Richten
Ik kijk naar de straat.
Een fietser komt voorbij.
Een blauwe auto rijdt langzaam langs.
Mijn adem zakt een beetje.
Mijn aandacht verschuift van het gesprek naar waar ik nu sta.
DRAGEN — Beschikbaar
Het gesprek hoeft niet meteen afgerond.
Het mag nog even blijven hangen.
Mijn handen rusten op de vensterbank.
Mijn schouders zakken weer wat.
Gewoon beschikbaar voor dit moment.
Ik draai me om en loop de kamer weer in.
Meer was niet nodig.
Present
Zien · Doen · Dragen
Reflectievraag
Welk moment van vandaag blijft nog een beetje in je hoofd hangen?